MOUNIROK

Mounir Souidi
Advocaat aan de Balie van Antwerpen
Vennoot Souidi & Souidi Advocaten
Houder van het “Getuigschrift Bijzondere Opleiding Cassatieprocedure in Strafzaken”

“The hallmarks of a regime which flouts the rule of law are, alas, all too familiar: the midnight knock on the door, the sudden disappearance, the show trial, the subjection of prisoners to genetic experiment, the confession extracted by torture, the gulag and the concentration camp, the gas chamber, the practice of genocide or ethnic cleansing, the waging of aggressive war. The list is endless. Better to put up with some choleric judges and greedy lawyers.” (Tom Bingham, the rule of law)

Potpourri II.

Minister van Justitie Koen GEENS lanceerde in het kader van zijn justitieplan een wetsontwerp om diverse belangrijke aanpassingen door te voeren in het domein van het strafrecht (zgn. Potpourri II). Met betrekking tot de procedurevoorschriften wordt voorgesteld om voortaan alle regels in verband met telefoontap soepel te interpreteren. Wanneer op dit vlak een procedurefout gemaakt wordt, zal dit slechts uitzonderlijk als ‘fout’ bestempeld worden. Bij de voorstelling van het wetsontwerp wordt aangegeven dat dit moet leiden tot een ‘efficiëntere en rechtvaardigere justitie’.

Problematisch is evenwel dat op deze wijze andermaal wordt voorbijgegaan aan het belang van ‘de procedure’ en het verband met ‘de waarheidsvinding’ onterecht buiten het vizier wordt gehouden. Diverse buitenlandse dossiers tonen deze verhouding evenwel onmiskenbaar aan.

Schiedammer parkmoord.

Op 22 juni 2000 werd de tienjarige Nienke vermoord in het Beatrixpark te Schiedam (Nederland). Haar elfjarige vriendje werd bij deze feiten neergestoken. Cees B. werd gearresteerd en bekende de feiten. Later zou hij zijn bekentenis intrekken doch werd hij alsnog veroordeeld tot een zeer zware bestraffing (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, met bevestiging door de Hoge Raad). Vier jaar later bleek dat deze veroordeling een enorme justitiële dwaling betekende nadat ene Wik H. de feiten bekende. Na bijkomend onderzoek bleek hij inderdaad de enige echte dader (deze zaak staat bekend als de Schiedammer parkmoord).

Een herhaling van dit schrijnende voorbeeld zal thans minder kans maken gezien het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg op 27 november 2008 besliste dat verdachten bij politieverhoren voortaan dienen te worden bijgestaan door een advocaat (zogenaamde SALDUZ-regel). Wanneer een politieagent een bekentenis of valse verklaring van een verdachte wil afdwingen, zal een advocaat hiertegen onmiddellijk kunnen (en moeten) optreden.

Indien de SALDUZ-regel niet wordt toegepast door de politieagent begaat deze aldus een fout tegen de voorgeschreven procedure. Dat zulke procedurefout dient te worden afgestraft behoeft – na het voorbeeld van Cees B. – geen verder betoog. Om te vermijden dat opnieuw een onschuldige persoon veroordeeld wordt, kan met de verklaring die op zulke wijze wordt afgelegd, geen enkele rekening meer worden gehouden.

Dit Nederlandse voorbeeld toont aan dat procedurefouten niet bestaan om advocaten enige arbeidsvreugde te gunnen of potentiële daders vrijuit te laten gaan, maar wel om de waarheidsvinding op correcte wijze tot stand te brengen en het leven van onschuldige personen niet te verwoesten. Gelijkaardige veroordelingen van volstrekt onschuldige mensen worden tevens met de regelmaat van de klok vastgesteld in andere landen. Bekend in dit verband zijn de veelvuldig zware veroordelingen in de VSA van (vaak Afro-Amerikaanse) onschuldige verdachten. Dichter bij huis kan verwezen worden naar de zaak Outreau in Frankrijk.

Na de beide geciteerde schandalen in Nederland en Frankrijk werden onderzoekscommissies opgericht om een herhaling van zulke drama’s in de toekomst te voorkomen. Daarbij bleek dat een correcte naleving van de procedure noodzakelijk is om te vermijden dat onschuldige personen veroordeeld worden.

Rechtsstaat.

Het was trouwens niet de eerste maal dat in Nederland het manifeste belang van het naleven van de procedure tot uiting kwam. In 1993 kwam de zogenaamde IRT-affaire aan het licht (vernoemd naar de Interregionale Rechercheteams Noord-Holland/Utrecht). Deze kwestie bracht aan het licht dat grote hoeveelheden drugs op de Nederlandse markt kwamen onder toezicht van het openbaar ministerie. Een onderzoekscommissie werd opgericht die uitwees dat de politiediensten hun taken vervulden zonder dat zij zich hierbij veel dienden aan te trekken van procedures. Zulks leidde ertoe dat het openbaar ministerie in werkelijkheid geen toezicht had op de politiediensten die zich als het ware in het wilde westen waanden.

Om één en ander te vermijden dient een democratie er aldus voor te zorgen dat ze wordt ingericht als een rechtsstaat. Het principe van de rechtsstaat betekent dat iedereen (incluis de overheid: dus politie, openbaar ministerie,…) zich moet houden aan de wet en zulks dient te worden gecontroleerd door de rechter.

Wanneer de rechter vaststelt dat de overheid de procedure niet heeft nageleefd, kan het verworven bewijs in de betrokken procedure niet worden gebruikt. Zulks is de enige mogelijkheid die de rechtsstaat biedt. Zodoende wordt gegarandeerd dat niet enkel de bevolking de wet moet respecteren doch tevens de overheid. Bijkomend wordt aan bvb. de agent in kwestie duidelijk gemaakt dat zijn onrechtmatig handelen wordt gesanctioneerd en hij of zij in de toekomst strikt de wet dient te respecteren en aldus het dragen van het uniform hem of haar niet boven de wet stelt.

Het is in dat opzicht dan ook een onbegrijpelijk signaal – en verdere afkalving van de grondrechten – dat thans met betrekking tot het afluisteren van telefoongesprekken de garantie van een wettelijke onderbouwing volstrekt wordt gerelativeerd. Zulks is bovendien bevreemdend na de afluisterschandalen van de afgelopen jaren en de commotie die daardoor op internationaal vlak ontstond.

In een gezond rechtsbestel wordt aanvaard dat overheidsdiensten sporadisch fouten maken, doch is de enig mogelijke consequentie dat deze dan worden benoemd en verworpen als bewijs. Nogmaals: zulks telkenmale erop gericht te garanderen dat de overheid binnen de lijntjes kleurt en te vermijden dat onschuldige personen onterecht zouden worden veroordeeld (en logischerwijze schuldigen vrijuit blijven).

Potpourri II-bis.

Deze voorbeelden en principes indachtig kan enkel afwijzend gereageerd worden op de plannen van de huidige Minister van Justitie. Nergens wordt gegarandeerd dat de overheid voortaan de wetten van het land strikt dient te respecteren. Integendeel: de onderzoeksmogelijkheden worden voortdurend uitgebreid, de macht van het openbaar ministerie stelselmatig vergroot en de verplichting van de rechter om eventuele procedurefouten af te straffen verder afgezwakt.

Het is dan ook noodzakelijk dat zo spoedig mogelijk een lijst wordt opgenomen van fundamentele rechten waarvan niet kan worden afgeweken. Kortom: procedureregels die essentieel zijn en waarbij het bewijs niet kan worden gebruikt wanneer deze regels geschonden worden.

In Nederland werd naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord de CEAS opgericht (Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken). Sinds haar oprichting werden diverse strafdossiers heropend gezien sprake bleek van een rechterlijke dwaling.

In ons land bestaat op dit ogenblik nog geen cultuur waarbij geaccepteerd wordt dat diverse personen onschuldig werden veroordeeld (en in onze gevangenissen zijn opgesloten). Ons land hult zich op dit ogenblik liever in de schijn dat alles vlekkeloos verloopt. Het staat evenwel buiten kijf dat rechterlijke dwalingen niet enkel een buitenlandse aangelegenheid betreffen. In dat verband kan exemplatief verwezen worden naar het Assisenproces te Brugge waarbij in 2015 de Heer Geert VANWEEHAEGHE werd vrijgesproken. Deze zwakbegaafde man bekende tijdens het vooronderzoek zijn partner te hebben vermoord doch later bleek dat de buurman deze feiten gepleegd had. In dit geval zou kunnen gesteld worden dat het verhaal goed eindigt en rechtvaardigheid geschiedde ware het niet dat de Heer VANWEEHAEGHE reeds vier jaar in voorlopige hechtenis had vertoefd en met grote zekerheid voor het leven getekend is.

Het is dan ook volstrekt noodzakelijk dat de rechtsstaat in ere wordt hersteld en een volwaardig debat gehouden wordt aangaande het rigoureus respecteren van een lijst met procedurevoorschriften. De rechtsstaat verdient immers geen toegevingen. Justitie zal enkel efficiënt zijn indien ze tevens rechtvaardigheid en rechtszekerheid garandeert.